Maar helaas.. wie kwam er aan? ZIJ.

26 februari

Na zes weken gips was ik blij dat het er af mocht. Ik was van plan om vrolijk huppelend het ziekenhuis te verlaten, maar dat viel een beetje tegen. Sterker: ik kwam nauwelijks vooruit. Mijn been werkte niet echt mee. Dus. Ik droeg mijn hoge laarzen een paar dagen totdat mijn voet zo knelde en pijnlijk aanvoelde dat ik me zorgen begon te maken. Terug naar het ziekenhuis. Gelukkig geen trombose, daar was ik een beetje bang voor; mijn voet was namelijk zo opgezet, het leek alsof de aders op ontploffen stonden.

Maar goed. Afspraak met fysiotherapie gemaakt en toen ik thuiskwam toch mijn kleine reisgitaar ingepakt. Klein rugzakje met toilettas, krukje en muziekstandaard en een rondje met deze weinige bagage in mijn huiskamer gelopen. Waarom? Omdat ik dit weekend een reis naar Parijs had geboekt. Even proberen of dat allemaal ging lukken. Nou, het kon net. Het kon zelfs nog beter: als ik het visserskrukje en de muziekstandaard nu eens ook thuislaat en alleen een kussentje meeneem? Dan heb ik echt niks om mee te sjouwen, maar dan moet ik wel op de grond gaan zitten.... Netzoals vroeger. Op de grond zingen.... zo ben ik begonnen. Zoals de bedelaars dat doen, hè.  Nu nog even een ongebruikt papieren bekertje erbij...

Doet me denken aan vorig jaar in Avignon. De ongeschreven wetten van de daklozen ken ik goed. Nadat ik als 18-jarige een dag meeliep met de meest ervaren bedelaars van Bordeaux weet ik precies wat wel mag en niet.

Dus ik wist heel goed dat het not done was om in dezelfde straat te gaan zitten zingen als de vrouw die met haar bekertje de voorbijgangers dwingend toeriep haar iets te geven. Je hebt bedelaars en bedelaars. Deze vrouw, was beslist niet op haar mondje gevallen. Maar ja, ik vond het eigenlijk ook wel een beetje MIJN straatje; vorig jaar had ik er ook gezongen en het was gewoon de beste plek voor een straatmuzikante zoals ik: een smal straatje, niet al teveel winkelend volk. Bovendien: die dag was ze er niet! Hoera, nu kon ik even m’n ding doen.

Maar helaas.. wie kwam er aan? ZIJ.

En jawel.

“Ga weg, dit is mijn straat, ga ergens anders zingen! ”,riep ze  in het gitanes Frans nadat ik twee Engelse folksongs had gezongen. Ik zong stug door, ik was toch eerder? En zij riep stug door mijn gezang naar de voorbijgangers: “Allo allo!! Hier ben IK, geef me wat kleingeld (..of er zwaait wat)! “

Ik voelde me uiteraard erg ongemakkelijk maar zag het helemaal niet zitten weer een uur rond te lopen in de hitte om een goeie plek te vinden. Ik wilde eigenlijk gewoon alleen maar zingen en de buit best met haar delen. Dus wenkte ik haar. Ik vroeg haar of ze misschien naast me wilde zitten. Ze reageerde wat terughoudend, dacht toen even na, en verdomd, ze ging naast me zitten. Ik zong een liedje maar verdiende niets. Toen nam zij een besluit: “Kijk eens, “ zei ze streng : “Hier is mijn bekertje. Hier kun je het geld in doen. We verdelen het. Ik ga nu weg en kom straks terug.”

“Okay”, stemde ik in. Want wat the heck.

Haar bekertje stond naast mijn hoed. Ik hoopte echt dat ik wat ging verdienen. Ik had er zin in om haar geld te geven. Niet om het geld, maar om de voorzichtige ontwikkeling van een positieve relatie te stimuleren. Ik mocht haar wel. Ze dwong respect af. (zie youtube vid hieronder).

 En ja, er kwamen wat euro’s binnen. Na een uurtje kwam ze de buit ophalen. Met een tevreden blik zei ze: “Morgen weer?”

“Ja, hoor”, zei ik. Ik was ook tevreden. Ik had lekker gezongen op een fijne plek, dus wat wilde ik nog meer. Daarna volgde er een paar dagen zingen met een bekertje voor m’n neus, waarin ik braaf de inkomsten verdeelde. En kijk, de vrouw die bedelde kon nu gezellig chillen met haar zus, nicht of de hele gitanes familie die rondhing in het centrum van Avignon. Ik kwam haar dagelijks al of niet shoppend tegen in de stad waarbij we elkaar vrolijk begroetten. Ik denk dat ik in een vorig leven opgroeide als zigeunerin.  

Terug naar Parijs.  Ik moet NU beslissen. Ga ik op de grond in de metro met mijn oude repetoire... onversterkt.. hard, hoog zingen... moeizaam lopend op krukken... in de regen.... eenzaampjes in een hotel ... (ik vermaak me wel op zich, daar niet van) OF thuis lekker de finale van de Voice kijken, ’s morgens repeteren in café Zamen en ’s avonds gezellig naar een optreden van een vriend?

Waarom twijfel ik zo? Wat trekt mij in godsnaam aan, aan dat kwetsbare, armoedige back to basics bestaan? Alles wat ik nodig heb is een gitaar. En een tandenborstel, en een schone onderbroek. En onderdak natuurlijk.

Maar nee, ik besluit nu dat ik niet ga. Het is te ingewikkeld met die krukken en mijn voet.  Met pijn in mijn hart annuleer ik het hotel en blijven mijn geprinte treintickets ongebruikt in de kast liggen.