Als Metro muzikant in stakend Parijs

Een dagje Parijs

Parijs, januari 2020-01-29

Het idee om een auditie te doen om in de Parijse metro te mogen spelen kwam vanuit het feit dat Mario en ik graag samen een keer naar Parijs wilden om op straat te spelen. Maar ik las op het internet dat je dan een behoorlijke boete kunt krijgen en dat je instrumenten je afgenomen konden worden. Dat was balen, want de reis was al geboekt. Toen ik de tip kreeg om me op te geven bij “Musiciens du Metro” om uitgenodigd te worden voor een auditie, zijn we er naar toe gereisd om voor een jury te spelen van zo’n 15 man.

Na elf dagen kreeg ik via de post het bericht dat we onze vergunningen mochten ophalen. We waren erg blij, want we hadden andere muzikanten horen spelen en we vonden het niveau eigenlijk best hoog, die dag van de audities.

Dus toen op en neer naar Parijs om onze badges op te halen. Nogal een dure zaak als je bedenkt dat zo’n retourtje Parijs al gauw meer dan 100 euro kost.

Dat is dan ook de reden dat ik mijn treintickets zo vroeg mogelijk wil boeken, zodat ik een retourticket van 70 euro kan bemachtigen. En dat is dan ook de reden dat ik tóch naar Parijs reisde, ondanks een mailtje dat het niet mogelijk was om in de metro te spelen wegens ‘werkzaamheden’. Dacht ik.

Dus ik nam de al maanden geleden geboekte trein naar Parijs, slechts een klein beetje ongerust vanwege de ‘werkzaamheden’. Wat een schrik toen ik op Gare du Nord bij de ingang van metro lijn 4 een stevig hekwerk aantrof. De metro was gesloten. Ik kon er nergens in, hoe ik ook zocht naar één of andere doorgang.

Buiten het station kon niemand me helpen. Iedereen leek gestressd een bus te zoeken. Het duurde nog best lang voordat ik op het lumineuze idee kwam om gewoon net als vroeger naar de toerist information te gaan. Daar werd mij verteld dat bus 91 (ofzo) richting Place de la Bastille zou rijden.

Toen ik op het busstation aankwam stond het er zwart van de mensen. Allemaal te wachten op die ene bus 91. Ik stond een tijdje achter een verliefd stelletje, maar heel langzaam schoof de menigte op naar rechts. Alsof de kans groter was dat daar de bus zou stoppen. Daarom stond ik op een gegeven moment aan de rand van de stoep, en wat gebeurt er.... Bus 91 komt aanrijden en stopt warempel met de deur PRECIES voor mijn voeten aan de stoeprand. Mijn blijdschap was van korte duur.

De deur ging open en ik werd doodgedrukt. Zowat dan. Mijn koffer kon ik nog net in de bus tillen, maar die gleed weg... er werd geroepen, geduwd en ik zat muurvast. Mijn gitaar zat nog op mijn rug en ik riep: ma valise, ma valise and I am stucked! Voor zover er nog geluid uit mij kwam dan, want ik realiseerde me op dat moment hoe het is om verstikt te worden. Ineens schoot ik los en een man voor me hield m’n rollende koffer tegen. Zo stond ik zeker een half uur strak vast tussen de Fransen en ik had geen idee hoe ik ooit die bus uit moest komen. Ik besloot dat, zodra er enige beweging kwam in de mensen die naast mij stonden, ik achter hen aan de bus uit zou gaan. Dat lukte.

Het regende. Ik was met een grote zware koffer in Parijs en kon dus niet de metro in om daar te spelen. Ik liep door een lange sombere straat richting het hotel en besloot een kop koffie te nemen bij de eerste beste gelegenheid. Daar bleef ik de hele middag zitten wachten omdat ik had begrepen dat het hotel pas om 16 uur open zou gaan. En het regende, dus wat kon ik anders doen.

Toen ik na drie koppen koffie in het hotel aankwam was het bordje boven de receptie het eerste wat me opviel.

HET HOTEL NEEMT GEEN GASTEN AAN VAN BOVEN DE DERTIG JAAR

Jezus, dacht ik. Ik ben twintig jaar te laat. Maar goed, ik had al geboekt en ik zie er redelijk jong uit (door mijn hippe sjofele studentenkledij). Ik mocht naar mijn kamer, vierde etage. Met een lift die het niet deed. Toen ik op mijn kamer kwam schrok ik pas echt, want dit hotel bleek een echte ouderwetse jeugdherberg: geen lakens, geen handdoeken. Had ik even niet op gerekend. Dus dan maar naar de Monoprix, ik was er langs eentje gelopen. Geen goedkope winkel trouwens, maar ze hebben daar wel echt alles. Ik kon alleen niet goed zien wat nou onderlakens zijn en wat overtreklakens waren. Wie weet het franse woord voor onderlakens? Ik niet. En de winkeljuffrouw sprak geen woord Engels. Uiteindelijk hulp van een mooie jonge meid en voor 50 euro (aanbieding) mooie rode onderlakens, overtreklakens en kussenslopen gekocht.

Dan het volgende project: het diner. In een ouderwetse jeugdherberg verwacht je dan toch wel een keuken. Was er niet. Niet dat ik die zou gebruiken want ik eet toch sinds een jaar of vijf iedere avond hetzelfde: een salade. De Franse salades zijn niet te vreten. De vegetarische dan. Ik eet thuis vegetarische salades en bak er dan wat biologisch rundergehakt bij (okay, ben dus een halfbakken vegetarier) . In het buitenland eet ik nooit vlees, in restaurants zijn de vegasalades meestal erg goed, ook in Frankrijk. Maar de vegasalades in de supermarkten zijn vies. Toch maar gekocht. Met klein flesje wijntje erbij. Eenmaal thuis (het hotel noem ik dan nu maar meteen mijn thuis, voelt altijd meteen wat beter) maakte ik de bedden op, bedacht nog zal ik gewoon een bloemetje kopen om het gezellig te maken, en zette ik alvast mijn maaltijd klaar op het kleine tafeltje in de hoek. Effe de plee uitproberen. De w.c. was verstopt achter een halfhangend douchegordijn. De wc deksel zat niet goed vast die leunde tegen mijn rug en klapte meteen dicht toen ik opstond.

Enigszins optimistisch verliet ik mijn thuishotel weer om eens hoogte te gaan nemen hoever het lopen was naar metrostation Nation. Misschien kon ik daar morgen gaan spelen. Ik liep langs een ander klein metrostation en zag dat die open was! Ik liep naar binnen en vroeg iemand van de RATP of ik er kon spelen. Hij zei dat de metro open was tussen 18 uur en 20 uur maar dat ik beter naar metrostation Nation kon gaan. Dan moest ik natuurlijk eerst weer teruglopen naar huis om mijn spullen te halen en ik had ook een beetje trek gekregen. Op de terugweg liep ik langs een bakker en zag ik heerlijke broodjes liggen met vegasalade. Die heb ik gekocht.

Eenmaal thuis installeerde ik me op de enige aanwezige stoel en zat ik achter het raam met de grauwe witte gordijntjes mijn stokbrood met salade te eten. Mijn flesje wijn was snel op. Toen voelde ik ineens zo treurig in die koude lelijke kamer dat ik eigenlijk niet wist hoe ik de avond verder door moest gaan brengen. Maar klein lichtje in het donker: Mario was op de trein gestapt richting Parijs!

Het was een klein deprimerend kamertje. Ik was moe en ik zou nog een paar uur moeten wachten voordat Mario aan zou komen op Gare du Nord. Ik sprak mezelf moed in en besloot maar vast richting Gare du Nord te gaan. Ik liep weer langs de Monoprix en dacht weet je wat, ik koop nog een wijntje en wat nootjes en die ga ik dan wel op het station drinken en eten, als ik toch nog zo lang moest wachten. Bij de Monoprix vergat ik een tasje te vragen met als gevolg dat ik met mn flesje en nootjes in de hand achter een bus aanrende waarvan ik dacht dat die naar Nord zou rijden. De bus stopte niet, maar al snel kwam er een andere aan. Net zo vol als de heenreis. Ik propte mezelf er in en stond tegen de voorruit aangedrukt. Er kon echt niemand meer bij, ik was de laatste. De bus was bijna bij Gare du l’Est en ik besloot plotseling daar uit te stappen en het café te gaan zoeken waar ik eerder was geweest om op te treden. Eenmaal uitgestapt wist ik dat het nog wel een eindje lopen was, maar ik had trek in mn wijntje en mn nootjes. In het donker lurkte ik zo nu en dan uit mn flesje die ik in mn jaszak had verstopt en voelde me totally verloren, zwervend als een dronkelap door wereldstad Parijs. Er waren meer mensen zoals ik, ze zaten op bankjes, met blikjes bier of flessen whiskey slingerend om hen heen. Ik heb twee personages, of moet ik zeggen bén twee personages. Aan de ene kant is daar een vrouw met een koophuis, mooie dochters, een leuke baan in het onderwijs. Aan de andere kant ken ik de vrouw die zich regelmatig uitleeft aan de zelfkant van de maatschappij.  Vanavond liet mijn dubbelgangster liet zich van haar kwetsbaarste kant zien: een oudere vrouw met een te grote zwarte jas, nootjes in haar zak en een fles wijn aan haar mond, sjokkend naar het café. Waar ik natuurlijk mijn fles wijn goed moest verstoppen, toen ik aan de bar ging zitten. En een glas wijn bestelde.

En waar mijn hart even opensprong toen ik iemand hoorde roepen: “Bonsoir Annette!” Er was iemand die mij nog kende! Dat was een warm ontvangst (ik ben best met weinig tevreden). Ik zwaaide terug en zocht met mijn glas wijn en mijn jas met daarin een fles wijn een plekje in het gezellige cafeetje waar muzikanten op een klein podiumpje hun ding deden. Ik maakte kennis met een stel uit België en een slagwerker uit Parijs. En na 10 minuten werd ik het podium opgeroepen. Dat was een aangename verrassing. Ik had zin om te spelen, gewoon beetje rammen, vooral mijn song CUT THE CRAP.

Na mijn optreden kreeg ik nog van alle kanten drank aangeboden, zodat ik helaas nog een volle glas wijn moest laten staan omdat het tijd was om Mario van Gare du Nord af te halen. Het was best goede wijn, en omdat ik nogal zuinigjes ben aangelegd nam ik het glas mee naar het toilet om het daar bij te gieten in mijn bijna lege wijnflesje dat nog in mijn jaszak verstopt zat.

Ik verliet aangeschoten het café en liep rechtstreeks op Gare du Nord af, en daar stond Mario al te wachten. Ik was blij dat hij er was en samen namen we de bus naar het hotel. De (stapel)bedjes waren al opgemaakt door mij, dus na een afsluitend drankje in het café aan de overkant was deze enerverende dag ten einde gekomen en vielen we als een blok in slaap.